Bouw van ouderenwoningen zou prioriteit moeten hebben

Volgens woningmarktdeskundigen is er grote behoefte aan gezinswoningen. Toch hebben we al vijf miljoen gezinswoningen op twee miljoen gezinnen. Hier schuurt dus iets.
Oorzaak is dat nog veel ouderen in een gezinswoning wonen, terwijl die niet meer bij hun levensfase past, waardoor de doorstroming stokt. Velen van de ouderen zouden veel liever kleiner gaan wonen, bij elkaar, in hun eigen buurt, dicht bij voorzieningen.


Wie niet weg wil, moet dat vooral niet doen. Het punt is alleen: oud worden overvalt je. Voordat je het weet ben je het, mogelijk met alle beperkingen van dien. Wie dan wel wil verhuizen kan dat vaak niet omdat er nauwelijks alternatieve, geschikte woonvormen zijn. Moet je dan in open gebieden aan de randen van steden en dorpen maar grootschalig eengezinswoningen blijven bouwen, terwijl we er in principe al genoeg van hebben? Bovendien komen er rond 2030 heel wat gezinswoningen vrij door sterfte onder de oudere generaties. De grootste vergrijzingsgolf moet nog komen en ondertussen neemt het aantal eenpersoonshuishoudens alleen maar toe. In de grote steden woont ongeveer de helft van de inwoners alleen. Drie op de tien volwassenen voelen zich eenzaam, zeker ook ouderen. Bied ze een alternatief voor hun gezinswoning.
Zogenoemde Knarrenhofjes vatten perfect het voorgaande samen: ze combineren wonen en zorg, waardoor gezinswoningen vrij kunnen komen. Ze staan dicht bij voorzieningen binnen de bebouwde kom waardoor het open landschap er buiten gespaard blijft en voorkomen eenzaamheid.
Knarrenhofjes zijn maar een voorbeeld. We zullen echt creatiever moeten gaan denken over woonvormen.

Nu bestaan maar grofweg twee typen huizen: een grondgebonden woning of een appartement. Meer keuze in andere woonvormen is dan ook gewenst om het voorgaande beter in harmonie te krijgen.

We gaan er van uit dat we tot 2035 zo’n miljoen woningen nodig hebben. Daarvan is al de helft noodzakelijk om de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens op te vangen. De andere helft gaat grotendeels naar expats. Zeker in de grote steden zet de woningvraag van buitenlandse bedrijven die van Nederlanders buitenspel. Er is hierdoor behoefte aan een flexibele schil: houten, geprefabriceerde woningen die je snel kunt plaatsen en verwijderen als de balans doorslaat. Nee, niet alleen tiny houses, maar volwaardige eengezinswoningen. Ook kan je met houtbouw nieuwe woningen bovenop bestaande gebouwen zetten. Hout is immers veel lichter dan beton. Dit is veel inventiever dan op de oude manier een weiland volbouwen met huizen van steen en beton, waarvan je je kunt afvragen of die over 30 jaar nog wel nodig zijn. Het is natuurlijk ook veel duurzamer om hout i.p.v. beton te gaan gebruiken.

Ook de verdere vergrijzing in de Hoeksche Waard vraagt om een aanpassing van de huidige woonvormen en er ligt een grote uitdaging voor de nieuwe gemeente om hier mee aan de slag te gaan. Het realiseren van andere woonvormen in de komende jaren kan helpen om bestaande eengezinswoningen vrij te laten komen voor de groepen die hier beter op aan sluiten. Ook voor onze ouderen kan het helpen om in een betere woonsituatie terecht te kunnen komen.